Territoriale en functionele decentralisatie

Afbeeldingsresultaat voor site:ilocate.nl

Kijkt men bij territoriale en functionele decentralisatie vooral naar het gebied en de omvang van de bevoegdheden, bij autonomie en medebewind wordt vooral gekeken naar de oorsprong van de bevoegdheden. De overgedragen taken zijn deels van oudsher, van vóór het tot stand komen van de Nederlandse staat, door de ‘gemeentelijke’ of ‘provinciale’ overheden flexplek huren amsterdam uitgeoefend (de eigen huishoudens), deels zijn het nieuwe taken waarvoor de medewerking door de centrale overheid is ingeroepen. Handelt de lagere overheid op eigen initiatief en min of meer zelfstandig en is er dus sprake van besturen van de eigen huishouding van de lagere overheid, dan is er sprake van autonomie. De lagere overheid heeft dus de vrijheid om in eigen autonome aangelegenheden regelend en besturend op te treden. De basis voor de autonomie van bijvoorbeeld de flexplek huren leeuwarden gemeente is gelegen in art. 108 lid 1 Gemeentewet (Gemw):
‘De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten.’
• Voorbeeld Een autonome verordening is de algemene plaatselijke verordening, waarin onder meer regels staan over het gedrag op de openbare weg, bijvoorbeeld het verbod om vuilnis op straat te werpen.
Van medebewind is sprake indien een lagere overheid wordt verplicht om mee te werken aan de uitvoering van hogere regelingen, zoals wetten, AMvB’s enzovoort. Voor gemeenten ligt de basis voor het flexplek huren rotterdam medebewind in art. 108 lid 2 Gemw:
‘Regeling en bestuur kunnen van het gemeentebestuur worden gevorderd bij of krachtens een andere dan deze wet ter verzekering van de uitvoering daarvan ( …) .’
De decentralisatie en (met name) het medebewind hebben de laatste jaren een enorme vlucht genomen. Voor gemeenten is dit zelfs wettelijk vastge
50 2 Staatsrecht algemeen
legd: art. 117 Gemw bepaalt dat de minister de decentralisatie ten behoeve van gemeenten bevordert.
• Voorbeeld De bouwverordening is een medebewindsregeling: de centrale overheid heeft in de Woningwet bepaald dat elke gemeente een bouwverordening moet vaststellen om bepaalde onderwerpen inzake bouwen te regelen.
2.5 Lagere rechtsgemeenschappen
Naast de centrale overheid zijn er de lagere rechtsgemeenschappen: de provincies, de gemeenten, de waterschappen en de publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties.
2.5.1 Provincies Art. 132 Gw bepaalt dat de wet de inrichting van provincies en gemeenten regelt, alsmede de samenstelling en bevoegdheden van hun besturen. De organieke wet die hier wordt geëist is de Provinciewet. De Provinciewet dateert van 10 september 1992 en is in werking flexplek huren zwolle getreden op 1 januari 1994. In deze subparagraaf komen achtereenvolgens aan de orde de provinciale bestuursorganen, de bevoegdheden van deze organen en de belastingen die de provincie mag heffen.
Bestuursorganen De Provinciewet (Provw) bepaalt dat het bestuur van de provincie bestaat uit drie organen: Provinciale Staten, Gedeputeerde Staten en de Commissaris van de Koningin (art. 6 Provw). Daarnaast benoemen Provinciale Staten commissies en een griffier, ter ondersteuning van de bestuurlijke taken.