Een onderverdeling

Binnen dit beroep als geheel is nog een onderverdeling gemaakt naar management op wetenschappelijk niveau, op hoog niveau, en op middelbaar niveau. De eerste twee subcategorieen blijken het snelst te kantoorruimte huren amsterdam groeien, terwijl het aantal middenkaderfuncties stagneert. ‘De bevindingen betreffende de managementbanen zouden kunnen duiden op de dominantie van vormen van rationalisering van bestuurslagen binnen arbeidsorganisaties die met name ten koste gaan van het aandeel van het middenkader’, concluderen de onderzoekers. De verdringing gaat door. Onder de oppervlakte gaat de verdringing door. We kwamen dit verschijnsel al tegen in hoofdstuk 7, eveneens kantoorruimte huren leeuwarden gebaseerd op de reeks onderzoeken naar de kwaliteit van het Nederlandse arbeidsbestel. In deze onderzoeken wordt een vergelijking gemaakt tussen enerzijds het feitelijke opleidingsniveau van werkenden en anderzijds het niveau dat hun functie feitelijk vereist. Grafiek 8 toonde de mate van ‘onderbenutting van het menselijk kapitaal’: de overscholing, ofwel het aantal mensen dat ‘onder hun niveau werkt’. Overscholing leidt tot neerwaartse verdringing. Daarvan is sprake als de academicus een functie op hbo-niveau vervult, de hbo’er werk doet dat ‘eigenlijk’ voor een mbo’ er is bestemd enzovoort.
Ook van dit verschijnsel kantoorruimte huren rotterdam zagen we in voorgaande hoofdstukken een aantal voorbeelden. Het werk in de autofabriek, die traditioneel plaats bood aan grote aantallen ongeschoolden, ‘is niet meer zo stompzinnig als vroeger’, aldus de personeelsmanager. Het vergt een flexibiliteit ‘die je niet van ongeschoolden kunt verwachten. Bij ons geldt: wie geen vakopleiding heeft, heeft hier geen kans.’ Het callcenter werft voor het kortcyclische werk dat het biedt ‘boven de bodem van de arbeidsmarkt’. Als minimum selectiecriterium hanteert de belfabriek mbo-niveau. Hetzelfde geldt voor de brouwerij die zijn productiesysteem inmiddels geheel heeft geautomatiseerd. Daarmee kantoorruimte huren zwolle wordt ongeveer een derde van de beroepsbevolking uitgesloten van dit soort werk. Het is precies die groep die volgens een studie van de OESO tot de ‘problematische alfabeten’ gerekend moeten worden (zie hoofdstuki, grafiek 3).