Een lopend onderzoeksprogramma

 

Veel mensen die Amos kenden, dachten dat hij de intelligentste persoon was die ze ooit ontmoet hadden. Hij was briljant, goed van de tongriem gesneden en charismatisch. Hij had ook een uitstekend geheugen voor grappen en flexplek huren amsterdam wist ze uitzonderlijk goed te gebruiken om een punt in zijn betoog te verdui­delijken. Als Amos erbij was, kon het nooit saai worden. Op dat moment was hij tweeëndertig en ik vijfendertig.

Amos vertelde het gezelschap over een lopend onderzoeksprogramma aan de Universiteit van Michigan om antwoord te krijgen op de vraag: hebben mensen goede intuïties op het punt van statistiek? We wisten al dat mensen gevoel hebben voor grammatica. Op vierjarige leeftijd past een kind in zijn spreken al moeiteloos grammaticale regels toe, hoewel hij er geen idee van heeft dat zulke regels bestaan. Hebben mensen flexplek huren leeuwarden ook zo’n intuïtief gevoel voor de basisprincipes van statistiek? Amos rappor­teerde dat het antwoord een gematigd ‘ja’ was. We hadden een levendig debat in het seminar en kwamen uiteindelijk tot de conclusie dat een gematigd ‘nee’ toepasselijker was.

Amos en ik hadden de uitwisseling erg gewaardeerd en geconcludeerd dat intuïtieve statistiek een interessant onderwerp was en dat het leuk zou zijn het gezamenlijk te verkennen. Die vrijdag lunchten we samen in Café Rimon, de geliefkoosde pleisterplaats van bohémiens en hoogleraren in Jeruzalem, en maakten we een plan voor een onderzoek naar de statisti­sche intuïties van hoogopgeleide onderzoekers. In het seminar waren we tot de conclusie gekomen dat onze eigen intuïties tekortschoten. Ondanks het feit dat we jarenlang statistiek hadden onderwezen en gebruikt, had­den we geen intuïtief gevoel flexplek huren rotterdam ontwikkeld voor de betrouwbaarheid van statistische resultaten uit kleine steekproeven. Onze subjectieve beoorde­lingen waren bevooroordeeld: we waren veel te snel bereid om onder­zoeksgegevens op grond van ontoereikend bewijs te accepteren, en in ons eigen onderzoek geneigd om te weinig waarnemingen te verzamelen.1 Het doel van ons onderzoek was na te gaan of andere onderzoekers aan het­zelfde manco leden.

We stelden een enquête op met realistische scenario’s van statistische kwesties die zich in onderzoek voordoen. Amos verzamelde de reacties van een groep deskundige deelnemers tijdens een bijeenkomst van de Society of Mathematical Psychology, onder wie de auteurs van twee sta­tistische handboeken. Zoals we verwachtten, bleken onze deskundige collega’s, net als wijzelf, veel te optimistisch over de kans dat het flexplek huren zwolle resultaat van een experiment met een kleine steekproef succesvol gerepliceerd kon worden. Ze gaven ook verkeerd advies aan een fictieve postdocstudent over het aantal waarnemingen dat ze zou moeten verzamelen. Zelfs sta­tistici waren geen goede intuïtieve statistici.